Op reis in eigen stad

Een dagje RUSLAND in Antwerpen

Red Star Line Museum

Montevideostraat 3, 2000 Antwerpen

Via Antwerpen zijn heel wat mensen uit Rusland naar de Verenigde Staten van Amerika getrokken. We zeggen met opzet “mensen uit Rusland” en niet “Russen”, omdat het merendeel van deze mensen Joden waren. De meesten van hen zijn hier met de trein vanuit Keulen aanbeland (zie Centraal Station). En veruit de meesten die de overtocht naar ‘Amerika’ hebben gemaakt, hebben dit gedaan met de vaste lijn Antwerpen – New York van de Red Star Line.

De meeste landverhuizers kochten thuis een ticket voor de hele reis: met de trein naar de emigratiehaven, het logement in de stad, het scheepsticket en de treinreis in Amerika naar de eindbestemming. Wie een ticket had, moest tijdens het verblijf in Antwerpen passeren bij een emigratieagent. Daar kregen de migranten hun scheepskaart en het ticket voor de treinreis in de Verenigde Staten. Ze konden hun bagage inleveren bij de agent, die ervoor zorgde dat ze op het juiste schip terecht kwam. Net voor de Eerste Wereldoorlog waren er in Antwerpen elf officiële emigratieagenten, die een vergunning hadden gekregen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De emigratieagenten in Antwerpen waren een schakel tussen de landverhuizers, de rederij en de vele onderagenten in de uithoeken van België en van Europa.

Anders dan in Hamburg en Bremen, de twee grootste Europese emigratiehavens, werden de landverhuizers in Antwerpen niet afgeschermd. Ze bewogen zich door heel de stad. De Antwerpenaren zagen de migranten dagelijks passeren, al hadden de meesten geen rechtstreeks contact.

Op de dag van het vertrek werden de landverhuizers begeleid naar de juiste kade: van de d’Herbouvillekaai in het zuiden, waar de schepen naar Engeland vertrokken, tot de Rijnkaai in het noorden, waar de Red Star Line aanlegde. Voor ze het schip opgingen moesten de passagiers een medische controle ondergaan. Die bepaalde of de migrant al dan niet aan boord mocht. Het medisch onderzoek vond plaats in gebouwen van de Red Star Line op de hoek van de Rijnkaai en de Montevideostraat. Al in 1850 legde de Belgische overheid een medische inspectie op om te verhinderen dat er op volle zee een epidemie zou uitbreken. Vanaf 1880 verstrengden de Verenigde Staten, en nadien ook Canada, hun immigratiebeleid en legden steeds bijkomende normen op voor Europese inwijkelingen. De Amerikaanse autoriteiten verplichtten een eerste onderzoek in de vertrekhavens. Ook moesten de rederijen alle bagage en reisgoed voor het vertrek ontsmetten. De rederij had er alle belang bij de procedure correct uit te voeren. Zieken aan boord betekende negatieve publiciteit en een dure quarantaineperiode in de aankomsthaven. Bovendien moesten scheepvaartmaatschappijen alle in Amerika afgewezen immigranten op eigen kosten repatriëren.

Affiche Red Star Line (Henry Cassiers)

Een bijzondere en grote groep landverhuizers waren de Joden. Van de passagiers die voor 1914 met de Red Star Line de oceaan overstaken was 40 % joods. Voor Joden uit Centraal- en Oost-Europa was Antwerpen een populaire emigratiehaven. Ze trokken weg uit Oostenrijk-Hongarije, Litouwen, Wit-Rusland, Oekraïne, Bessarabië en Polen, weg van de armoede en de discriminatie, het antisemitisme en de pogroms.

De meesten kwamen naar Antwerpen met de trein via Duitsland, enkelen met de boot. Het aantal Joden dat naar Antwerpen afreisde steeg van 1.200 rond 1880 tot ongeveer 20.000 net voor de Eerste Wereldoorlog. Eenmaal in Antwerpen aangekomen, werden de migranten bijgestaan door joodse hulporganisaties, zoals Ezra.

Irving Berlin in 1906

Info

tel. 03 298 27 70

redstarline@antwerpen.be

Open: di –zo, 10-17 u.

Een anekdote. Irving Berlin en andere success stories

Op 14 september 1893 voer de Rhynland uit Antwerpen de baai van New York in. Op het dek bevond zich Moses Baline, een joodse slager, die met zijn vrouw en acht kinderen uit Tolochin in Rusland naar Amerika ging, de armoede en de verdrukking achter zich gelaten. De jongste van de kinderen, Israel, was vijf jaar oud. Hij groeide op in de huurkazernes van de Lower East Side, een sloppenwijk in Manhattan. Na de dood van zijn vader liep hij van huis weg en leefde enkele jaren op straat. In de amusementshuizen van de Bowery zoog hij alle muziek op die hij in het multiculturele New York te horen kreeg. Hij leerde piano spelen en kon aan de slag in de productiehuizen van de ontluikende Amerikaanse popmusiek. In 1907 publiceerde Israel Baline zijn eerste liedje en veranderde zijn naam in Irving Berlin. In 1911 werd Alexander’s Ragtime Band de eerste hit in een lange reeks, met onder andere: White Christmas, Cheek to Cheek en There’s No Business Like Show Business.

In de jaren 1920 speelde het orkest zijn nieuwste liedjes in de eerste klasse van de Red Star Line.