Op reis in eigen stad

Een dagje RUSLAND in Antwerpen

Centraal Station

Koningin Astridplein – De Keyserlei

Vanaf de Teniersplaats kunnen we twee gebouwen zien die we met Rusland in verband kunnen brengen. Ten eerste het Centraal Station. Via dat gebouw en zijn voorganger – dit gebouw dateert uit 1905 – zijn heel wat mensen uit Rusland Antwerpen binnengekomen. We zeggen met opzet “mensen uit Rusland” en niet “Russen”, omdat het merendeel van deze mensen joden waren. En het merendeel kwam enkel naar hier met de bedoeling om de oversteek te maken naar de Verenigde Staten van Amerika.

Op het einde van 19de eeuw woonde 40% van de joodse wereldbevolking aan de west- en zuidgrens van Rusland en in wat nu Zuid-Polen is (Galicië – toen deel van Oostenrijk-Hongarije). Door de enorme bevolkingstoename in Europa in de loop van 19de eeuw ontstond er overbevolking en in zo’n situatie worden minderheidsgroepen weggeduwd: de joden werden vervolgd. Dit bracht een grote exodus op gang.

Veel van deze joden kwamen naar Antwerpen. Dit kunnen we verklaren door verschillende troeven die Antwerpen had. Er was de goede bereikbaarheid via de spoorweg vanuit Keulen, zowel via de lijn over Luik en Brussel, als de zgn. IJzeren Rijn over Lier, Geel, Roermond. En vanuit Keulen lag het hele spoorwegnet naar Oost-Europa open. Er is de vaste verbinding vanuit Antwerpen met de Verenigde Staten dankzij o.m. de Red Star Line. En bovendien ligt Antwerpen in België, sinds de 19de eeuw één van de meest geïndustrialiseerde landen van de wereld, maar belangrijker: met een zeer liberale grondwet.

De landverhuizers kwamen per trein in het station aan. Tot 1904 was dat het houten Oost-Station op het huidige Koningin Astridplein. Nadien arriveren de treinen in de nieuwe prachtige Middenstatie. De meeste migranten hadden er bij hun aankomst in Antwerpen al een lange tocht opzitten. Ze bleven slechts enkele dagen in de stad om dan door te reizen.

De migranten verbleven in logementshuizen in de buurt van het station, in de Lange Kievitstraat, de Statiestraat en de Breydelstraat, of dicht bij de kaaien, in het oude stadscentrum. Antwerpen telde veel hotels en logementshuizen: van miezerige vuile slaapplaatsen tot dure luxehotels. Officieel konden een kleine vierduizend emigranten tegelijkertijd in de stad logeren.

Heel wat van de Russische joden die hier aankwamen, zijn dus verder gereisd met de Red Star Line (zie Museum Red Star Line). Maar er zijn er ook heel wat joden hier gebleven.

Stilaan ontstond in de straten rond het station een joodse wijk. Velen vonden werk in de toen nog jonge diamantsector, als handelaar of als arbeider.

In het begin van de 19de eeuw waren er in Antwerpen niet meer dan 200 joden (van Portugese afkomst meestal). In 1900 waren er al 8.000; net voor W.O.I 15.000 en in 1927 (vóór de machtsovername van het nazisme in Duitsland) 35.000. Zij domineren dan ook de diamanthandel, wat men kan begrijpen. Diamant is de handigste broodwinning voor een vervolgd volk: je steekt heel je handel in je broekzak en je bent weg van de ene dag op de andere… (Nu zijn het de Indiërs die de diamant domineren)