Op reis in eigen stad

Een dagje SPANJE in Antwerpen

Maagdenhuis – Keizer Koning Karel

Lange Gasthuisstraat 33

Het Maagdenhuis, van 1522 tot 1882 het weeshuis voor meisjes en vandaag nog het hoofdkantoor van het Antwerpse OCMW, bezit (in de archieven) een exemplaar van de akte waarbij Karel tot keizer (Karel V) van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie wordt gekozen (de duizenden geleende guldens als steekpenningen staan niet vermeld).

Hoewel we als de Spaanse Nederlanden bekend werden, waren we toch geen Spanjaarden. Omdat Karel in 1500 geboren te Gent en door zijn vader Filips de Schone in de wieg gelegd was als hertog van Brabant, graaf van Vlaanderen, Henegouwen, enz. enz., groeide hij uit tot landheer van de hele Nederlanden in 1515.

Amper een jaar later, in 1516, wordt hij als erfgenaam van zijn moeder, Johanna van Castilië, ook koning van Aragon en Castilië. Zoals iedereen, wordt hij het best (en het liefst) met zijn hoogste titel aangesproken: ‘keizer Karel’. Vanuit onze Habsburgse erfenis is hij voor ons ‘keizer Karel V’, maar in de Spaanse dynastieke opvolging telt hij als ‘Karel I’. Al is hun koninkrijk nog zo wereldwijd, de opvolgers van Karel ‘I’ moeten het op de Spaanse troon zonder die keizerlijke titel stellen. Zij gaan dan door het leven als ‘koning van Spanje’, al zijn ze voor ons allereerst de landheer van de Nederlanden. Maar ‘koning’ klinkt beter, toch zeker in het Ancien Régime. En dat geeft de totaal verkeerde indruk dat Spanje ons zo lang bezet heeft.

In Brabant is het de gewoonte dat elke landsheer bij een eerste bezoek aan een stad een ‘Blijde Intrede’ houdt, waarbij hij de rechten van die stad onderschrijft. En zo’n gelegenheid vormt de aanleiding tot uitbundige feestelijkheden.

Karel kwam via de Sint-Jorispoort langs deze weg van de Lange Gasthuisstraat meermaals de stad binnen, telkens met een meer ronkende titel:

  • op 12 februari 1515, als Karel ‘van Luxemburg’, net meerderjarig verklaard als prins der Nederlanden,
  • op 23 november 1520, als ‘Karel V’, sinds één maand in Aken uitgeroepen tot keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie (de kroning door de paus volgde pas op 24 februari 1530, zijn verjaardag).
  • op 25 november 1545, om de nieuwe ‘Keizerlijke’ poort in te huldigen (waarvan alleen de straatnaam Sint-Jorispoort van overblijft en enkele historische foto’s van de afbraak),
  • op 11 september 1549, samen met zijn zoon en erfopvolger Filips, waarvan tijdgenoten Calvete de Estrella en Vicente Alvarez uitvoerig verslag gaven. Deze laatste merkte op dat het “de mooiste van alle Blijde Intredes was en de ontvangst de meest weelderige die men kon meemaken in onze dagen en zelfs destijds voor wie zich het verleden herinnerde. Was het om die overdaad te straffen dat God een dergelijk zware regenbui liet ontketenen waardoor het effect van het hele feest teloorging?” Het klopt dat bij deze gelegenheid het keur van Antwerpse kunstenaars, de leden van het Sint-Lucasgilde, voor de grote sier zorgde, onder leiding van Pieter Coecke van Aelst. O. a. de Spaanse kooplieden uit de voorname Lange Gasthuisstraat sponsorden mee, net zoals de andere handelsnaties. Omdat de kunstenaars ‘eigentijds’ wilden zijn, keken ze voor die triomfbogen naar Italiaanse voorbeelden en dat betekende de introductie van de Renaissance in de Lage landen.

Volgens de eigentijdse kronieken keken de Lage landen op geen stuiver, gulden of dukaat voor dergelijke ‘pomp and circumstance’. Bij de Pompa introïtus van landvoogd Ferdinand van Oostenrijk (1609-1641), bijgenaamd kardinaal-infant, een zoon van Filips III van Spanje) in 1635, werd de begroting van 36.000 gulden (overeenstemmend met 20 woningen, dus vandaag gemakkelijk € 6 miljoen) nog overschreden!

Omdat – zoals gezegd – de titel van ‘landsheer van de Nederlanden’ bij de koningen van Spanje hoort, maar zij na Filips II allen zonder uitzondering in ‘het verre’ Spanje resideren, zonder zelfs hier eenmaal op bezoek te komen, krijgen we in de hele 17de eeuw dan ook geen enkele vorstelijke ‘Blijde Intrede’ te vieren, enkel die van de landvoogden.

 

Camino: Lange Gasthuisstraat > Museum Mayer van den Bergh