Sint-Andries: Méér dan het zoveelste kerkmuseum

De Antwerpse Sint-Andrieskerk vierde in 2008 de opening van haar gloednieuw kerkmuseum.

In plaats van echter de zoveelste museumkamer met – bij voorkeur – fonkelende kostbaar­heden netjes op een rij, werd hier geopteerd om allereerst een verhaal te brengen. Geen show-room van al wat blinkt, maar eerder een verhalenbox van bewogen Antwerpenaren ! Ook niet het verhaal van de kerkbouw of -geschiedenis, noch van instituten of personaliteiten, maar van bewogen Antwerpenaren die leefden rond – en deels in – de kerk.

Dit verhaal, verspreid over een vijftal thema’s, werd opgebouwd vanuit de klassieke indeling van de samenleving in arm en rijk. Indachtig de bijnaam van de Sint-Andries- als ‘Parochie van miserie’ werd ervoor gekozen om een stuk lokale sociale geschiedenis te brengen. Het sociale tweeluik van de parochie wordt haast levensgroot in beeld gebracht door een steeg- en een straatfoto die zowel de burgerij als het kantjesvolk vertegenwoordigen.

Enkel en alleen aan deze ‘Sint-Andriezenaren’ zijn de kerk en haar kunstschatten te danken! Arm of rijk, in het Sint-Andries­kwartier voelden vele generaties zich geborgen in het katholieke geloof en droegen gul bij tot de schittering van hún kerk. Zij hadden voor hun geloof wel wat over en waren bereid hun duit(-je) in de schaal te leggen. Begoede burgers konden het zich permitteren om de algemene zegswijze van ‘zijn steentje bijdragen’ meer letterlijk en volgens het meer specifieke Antwerpse taalgebruik op te vatten, waarbij ‘het steentje’ staat voor een diamant. Het gebruik om uit devotie kostbaarheden in natura aan te bieden, is minstens traceerbaar tot in de 17de eeuw. Einde 19de eeuw – begin 20ste eeuw werden talrijke juwelen bij voorkeur geschonken aan het Mariabeeld. Op aanschouwelijke wijze vinden juwelen in natura en munten via collecteschalen hun nieuwe bestemming in een kostbare monstrans, reliekhouder, kelk of kroon.

In een tijd dat de geneeskunde in haar kinderschoenen stond werden de heiligen op hun voetstuk vereerd en vooral aanroepen tegen allerlei kwalen, zowel lichamelijke als psychische. Daarnaast komen ook relationele en familiale waarden in de heiligenverering aan bod. Tot in de jaren 1960 genoten de broederschappen veel bijval. Sommige Antwerpenaren danken er nog steeds hun voornaam aan. Hun dankbaarheid voor ‘bewezen’ gunsten vertolkte zich in ex-voto’s, zilveren plaketten of wassen poppetjes – al naargelang de portemonnaie, die een bijzonder eerlijk getuigenis geven van wat mensen ter harte ging. Een unieke ex-voto die de zwartste dag uit de geschiedenis van het Sint-Andrieskwartier oproept, is een zilveren ‘kanonbal’ uit de tijd dat Antwerpen bij de onafhankelijkheidstrijd van België door de Hollanders beschoten werd en waarbij meer dan 600 huizen in de vlammen geruïneerd werden. Omdat het aantal burgerslachtoffers in verhouding gering was, schonk Antwerpens eerste Belgische burgemeester een weergaloze praalmantel voor het processiebeeld van ‘O.-L.-Vrouw van Bijstand en Victorie’.

Één keer per jaar was het héél groot feest: de processie kwam voorbij. Jap of sos, iedereen stapte mee op of versierde zijn huis toen de kleurrijke kerkelijke optocht door de straat liep. In een reuze glazen kast staat deze ‘gaandeweg’ opgesteld en kan langs weerszijden ‘gevolgd’ worden. Een tweede topper als bezienswaardigheid, naast de praalmantel van Maria, is het zgn. ‘Scheepje van Sint-Andries’, een heus zilveren reliekschrijn in de vorm van een schip, zeilen incluis! Droegen de enen ‘slechts’ geschilderde flambeeuwschilden, dan onderscheiden anderen zich maar al te graag door zilveren plaketten aan hun kaarsenstok. Met enige fantasie zie je achter de loodzware reuzevaandels bonken van dokwerkers als dragers zweten – een heel parochieparcours lang. De vrouwen die voorop liepen om ‘kermispapieren’ bloemetjes te strooien, tref je aan in geïllustreerde volksverhalen. Foto’s uit de oude doos vullen de evocatie van het tentoongestelde materiaal aan.

De beide sociale ‘klassen’ van armen en meer begoeden worden niet alleen vertegenwoordigd door een straat- en steegfoto, maar wordt ook geïllustreerd door hun financiële mogelijk­heden qua devotie. Roepen een eenvoudig houten kapelletje en de patroonheilige Rochus ‘tegen de cholera’ de armenbuurten op, dan vertegenwoordigt een groot stenen, met zilver gepalleerd Mariabeeld op een straathoek de burgerij.

Tenslotte krijgen we een kleine indruk van wat er zich qua godsdienstigheid achter straat- en steeggevels afspeelde. Naargelang ieders beurs hing er in de huiskamer van de een wat meer handgemaakte strooien sierstukken met godsdienstige voorstellingen of stond er bij een ander wat meer religieus ivoren beeldhouwwerk uit de missies. Kantwerk duidt op huisnijverheid, deels met afname voor kerkelijk gebruik. In het uur van de dood van een katholiek gelovige komt het ‘heilige’ ook thuis over de vloer tijdens een berechting, eertijds omgeven met de nodige (publieke) luister.

Kortom, het concept van Pastoor Rudi Mannaerts voor dit kleine lokale museum wil de hedendaagse bezoeker een getuigenis aanreiken over het eens zo bewogen sociale leven zoals het zich eertijds ook godsdienstig en kleurrijk ontvouwde in ‘ons aller Sint-Andrieskwartier’.

De bouw en de inrichting ervan werden mogelijk gemaakt door de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Provincie Antwerpen en de Stad Antwerpen. Ontwerper is dhr. Robert Buelens, binnenhuisarchitect. De uitvoering werd toevertrouwd aan Franky Security. Een resultaat dat mag gezien worden !

Op de eerste verdieping is een DIDACTISCHE RUIMTE in opbouw, speciaal bedoeld voor scholieren, die o.m. een bezoek brengen aan de O.-L.-Vrouwekathedraal. Kinderen zullen er spelenderwijze kennis maken met glasraamkunst, een torenhaan, klokken, bouwtechnieken, dagelijkse zegswijzen en spreekwoorden i.v.m. het kerkelijke leven, enz.

Voor uw vereniging kan u een begeleid museumbezoek aanvragen via of 0494 11 65 28 of per email via info@topa.be al dan niet als aanzet tot een bezoek aan de Sint-Andrieskerk of het Sint-Andrieskwartier.